Veel mensen denken dat profvoetballers na hun carrière niet meer hoeven te werken. Voor een klein percentage is dat waar, maar het grote merendeel van de ex-voetballers moet gewoon weer aan de slag.
Een baan vinden is vaak niet gemakkelijk, omdat veel voetballers na de middelbare school verder geen opleiding hebben gevolgd. Dat moeten ze dus alsnog doen. En als ze gaan werken, beginnen ze vaak onderaan de carrièreladder. Dus: een niet al te hoog salaris, maar wel kosten die gewoon doorgaan en dat terwijl hun voetbalinkomen van de ene op de andere dag is gestopt.
Met de overbruggingsregeling zijn voetballers verzekerd van een tijdelijke uitkering. Hiermee kunnen ze de periode naar een nieuwe carrière overbruggen. Deze kunnen zij benutten door het opdoen van werkervaring, het volgen van een opleiding of het opzetten van een bedrijf.
Ja, deelname aan de overbruggingsregeling is verplicht voor contractspelers die in Nederland wonen en verbonden zijn aan een Nederlandse club. In sommige gevallen wordt er voor deelname dispensatie verleend. De voorwaarden voor dispensatie zijn opgenomen in de dispensatiecreteria (zie clubs).
De overbruggingsregeling is een unieke regeling, waarin de contractspeler (verplicht) een deel van het bruto inkomen inlegt in zijn persoonlijke deelnemersfonds. Over deze inleg is de contractspeler geen belasting en sociale premies verschuldigd.
Direct aansluitend op het einde van zijn carrière, ontvangt hij gedurende een aantal jaren een overbruggingsuitkering. De hoogte en de duur van deze uitkering is afhankelijk van de hoogte van zijn fondssaldo. De overbruggingsuitkering wordt maandelijks aan de deelnemer overgemaakt, onder inhouding van loonbelasting en sociale premies.
De deelnemer legt maandelijks een deel van zijn inkomen als profspeler in bij het CFK. De hoogte van deze bijdrage is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. De bijdrage wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel.
Als de deelnemer zijn voetballoopbaan beëindigt, heeft hij een bedrag bij elkaar gespaard in zijn overbruggingsfonds bij het CFK. Hierop is in de loop der jaren ook rendement bijgeschreven. Het overbruggingsfonds zal op dat moment in maandelijkse delen uitgekeerd worden. De deelnemer kan binnen grenzen zelf een keuze maken voor een kortere of langere uitkering aan de hand van een tabel. Het CFK heeft als doel om de uitkeringen elk jaar te verhogen met de inflatie.
Nee, de uitkering is niet gegarandeerd. Maar door de defensieve manier van beleggen en de wijze waarop de uitkering is vastgesteld, is de kans dat de uitkering gewoon tot het einde betaald kan worden zeer groot. Indien mogelijk wordt de uitkering jaarlijks verhoogd met hetzelfde percentage als de prijsinflatie.
Als de deelnemer overlijdt gaan alle rechten volledig over op zijn partner. De partner zal in dat geval de overbruggingsuitkering ontvangen waarop de deelnemer recht had.
Als de deelnemer geen partner heeft, komt het overbruggingsfonds ten goede aan zijn kind(eren). In dat geval wordt het in één keer uitbetaald.
Als de deelnemer geen partner én geen kinderen heeft, vervalt zijn overbruggingsfonds aan het CFK. Aangezien het CFK een non-profit instelling is, komt het bedrag ten goede aan de overige deelnemers. Deelnemers kunnen zich met de Profsport Overlijdensverzekering (POV) verzekeren van een uitkering bij hun overlijden. Klik hier voor het aanvraagformulier.
De premie wordt met het bruto inkomen verrekend en hierover betaalt de deelnemer dus geen belasting en premies. Over de overbruggingsuitkering is de deelnemer belasting en sociale premies verschuldigd. Het CFK houdt deze in op elke uitkering.
Het saldo van het overbruggingsfonds hoeft niet als vermogen in Box-III te worden opgegeven.
Voor de belastingaangifte ontvangt de deelnemer na afloop van elk kalenderjaar een jaaropgave.
Nee, het CFK is een zelfstandige organisatie (Stichting). Vanzelfsprekend is er tussen beide organisaties een intensieve samenwerking.